Foto via Wikimedia

Waarom wordt er anders geschreven over vrouwelijke wetenschappers en Nobelprijswinnaars?

We spraken een antropoloog over de dubbele standaard in mediaberichten over vrouwelijke wetenschappers, de Finkbeinertest en waarom we Hillary geen Clinton noemen.

|
okt. 7 2016, 1:57pm

Foto via Wikimedia

Deze week zijn de Nobelprijswinnaars bekend gemaakt; een uitstekend moment om het te hebben over de dubbele standaard in de berichtgeving over vrouwelijke en mannelijke wetenschappers.

Deze week zijn de winnaars van de Nobelprijzen bekend gemaakt. Nederlander Ben Feringa won samen met een Brit en een Fransman de Nobelprijs voor Scheikunde, en vanochtend werd bekend gemaakt dat de prijs voor de Vrede niet naar Angela Merkel ging, maar naar de president van Colombia, Juan Manuel Santos. Als Merkel wel had gewonnen, zou ze de 49e vrouwelijke Nobelprijswinnaar zijn geweest – dat is ongeveer 5 procent van alle Nobelprijzen.

Dat is niet veel. Maar vrouwelijke Nobelprijswinnaars zijn niet alleen met weinig, hun onderzoek of expertise krijgt ook weinig aandacht in de media. Het gaat in eerste instantie vaak over bijzaken, zoals het moederschap, de zorg voor de kinderen of zelfs over iemands kookkunsten. Antropoloog Nienke de Haan blogde over deze typische berichtgeving van vrouwelijke wetenschappers in de media, dus belden we haar op om te praten over de dubbele standaard, de Finkbeinertest en waarom we Hillary geen Clinton noemen.

Broadly: Ha Nienke, een Nederlander heeft de Nobelprijs voor de Scheikunde gewonnen. Viel je daarin nog iets op over de berichtgeving?
Nienke de Haan: Voornamelijk de positieve dingen. Alle berichtgeving was gericht op wat de wetenschap en wat voor soort onderzoek hij uitvoert. Zo zou dat altijd moeten – met wie je getrouwd bent en hoe je gezinsleven eruitziet is niet echt relevant.

En daar lees je in de artikelen over vrouwen dus wel over?
Mensen vinden het bij vrouwen interessant om te noemen dat ze getrouwd zijn of dat ze goed een chocoladetaart kunnen bakken. Dat hoort blijkbaar bij het stereotype beeld van een vrouw.

Het kan ook interessant zijn als een vrouw de eerste wetenschapper is in een bepaald domein, of dat iemand de eerste vrouwelijke hoogleraar is, maar heel vaak is de informatie in nieuwsberichten niet relevant. Ik vind het vooral storend bij korte berichten over vrouwen in de wetenschap. Bijvoorbeeld bij raketgeleerde Yvonne Brill: in een artikel naar aanleiding van haar overlijden, stond allereerst geschreven dat ze zo goed biefstuk met stroganoffsaus kon klaarmaken, en dat ze een goede moeder was. Pas in de tweede alinea stond iets over haar onderzoek.

Moeten we dan bij mannen gaan vermelden of ze goed kunnen koken, om het een beetje gelijk te trekken?
Nee, juist niet. Bij Ben Feringa wordt ook wel vermeld dat hij getrouwd is en een gezin heeft, maar wel in een bijzin. Zowel bij mannen als vrouwen moet het onderzoek voorop staan. Doe je dat bij vrouwen niet, dan mis je een heel groot deel van de wetenschap. Er zijn zoveel vrouwelijke wetenschappers die diezelfde aandacht verdienen.

Heb je daar een voorbeeld van?
Pauw en Witteman organiseerden aan het eind van hun laatste seizoen een Ladies Night, want ze hadden dat seizoen het laagst aantal vrouwen aan tafel gehad in vijf jaar tijd. Toen praatten ze met zes vrouwelijke experts over waarom vrouwen zo weinig in de media komen. Heb je een keer een topeconoom aan tafel, laat je haar de hele avond praten over haar gevoelens als vrouw in de media. Dan heb je het weer niet over haar expertise of onderzoek. Nodig dan een media-expert uit.

Waarom wilde je een blog schrijven over vrouwen in de wetenschap?
Ik werd gevraagd om dat te doen voor Studium Generale, het kennispodium van de Universiteit Utrecht. Ik vroeg me eerst af of het wel een relevant thema zou zijn. Maar hoe meer ik me inlas, hoe meer zaken ik tegenkwam die ik storend vond, waardoor ik steeds fanatieker werd.

Je schrijft daarin ook over de Finkbeinertest. Wat is dat precies?
Die test is bedacht door journalist Christie Aschwanden in 2013. Een van haar collega's was het zat om wetenschappers te interviewen als vrouw 'in de wereld van...'. Ze wilde gewoon een stuk schrijven over diens werk als wetenschapper, niet over iemand als vrouw of hoe ze haar werk met kinderen combineert. Christie Aschwanden kende de Bechdeltest, een test die fictieverhalen – vooral films – meet op seksisme. Daarop baseerde ze de Finkbeinertest, waarmee je journalistieke artikelen kan testen of ze seksistisch zijn. Artikelen slagen voor de Finkbeinertest als ze niet benoemen dat het een vrouw is, wat haar man voor werk doet, hoe ze de kinderopvang regelt of hoe ze een voorbeeld is voor andere vrouwen.

Wordt er nog iets gedaan met die Finkbeinertest?
Nee – het is niet zo dat artikelen gemeten worden aan die test. Het zorgt vooral voor bewustwording. Zo zou dat artikel over Yvonne Brill niet slagen voor de test.

Kan je die test alleen gebruiken voor artikelen over vrouwelijke wetenschappers?
Je zou hem ook kunnen gebruiken bij artikelen over politici. Kijk naar de Amerikaanse verkiezingen. Daar gaat het bij Hillary Clinton over irrelevante zaken: haar kleren, haar stem, haar haar. Daar zie je die dubbele standaard ook terug. Media berichten over "Hillary" in plaats van "Clinton". Trump heet altijd Trump.

Heb je nog tips voor journalisten om die stereotypering tegen te gaan?
Ik denk dat je allereerst uit moet gaan van de expertise van de persoon die je interviewt. Als tweede check kun je je altijd bedenken: zou je diezelfde vraag aan een man stellen? Is het antwoord nee, dan is de vraag vaak niet relevant.

-

Vrouwen praten misschien veel, maar we horen ze te weinig. Daarom is Broadly Nederland er. Like onze pagina.