Vrouwelijke schrijvers worden minder serieus genomen omdat ze vrouw zijn

Boekwetenschapper Corina Koolen ontdekte dat boeken van vrouwen als minder literair worden beoordeeld. "Ik kan echt geen bewijs vinden voor het idee dat we de goeie kant opgaan."

|
jun. 6 2018, 8:50am

Foto door Martine Kamara 


Een goed belezen vriend zei het eens letterlijk tegen me: ‘Ik houd gewoon niet zo van boeken die zijn geschreven door vrouwen.’ Alle vrouwelijke auteurs waren in zijn hoofd tot één gevormd, tot een zogenaamde 'vrouwenstem' die bij voorbaat al was afgekeurd.

Als je naar lijstjes kijkt van meest gelezen boeken, vind je daar best wat vrouwelijke auteurs in terug. Op dit moment staan er bijvoorbeeld boeken in de bestsellerlijst top 60 van Saskia Noort, Renate Dorrestein en Isabel Allende. Maar als je naar de literaire prijzen kijkt die worden uitgereikt, komen vrouwennamen veel minder voor.

De anonieme Lezeres des Vaderlands hield in 2016 op haar blog al bij hoe weinig vrouwelijke auteurs in Nederland ertoe doen – dat deed ze door te tellen hoeveel recensies er werden geschreven over boeken van vrouwen. En nu blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek dat boeken van vrouwen, die er in groten getale zijn, niet echt meetellen als het gaat om de beoordeling ervan op literaire kwaliteit.

Corina Koolen (36) uit Utrecht is boekenwetenschapper en studeerde ook Taal en Kunstmatige Intelligentie. Haar promotieonderzoek richtte zich op de vraag hoe de beoordeling van de literaire kwaliteit van boeken tot stand komt. Ze kwam er namelijk bij een eerder onderzoek achter dat vrouwelijke auteurs vaak onderaan in de favorietenlijstjes terechtkomen, en die van mannen meer bovenaan. Zou het feit dat een boek geschreven is door een vrouw daar iets mee te maken hebben, dacht ze toen. En, verrassing, dat doet het inderdaad, bleek nadat ze hier vijf jaar lang onderzoek naar deed.

Deze boodschap viel niet per se goed in journalistiek Nederland – verschillende columnisten dachten er maar het hunne van, ‘het valt toch allemaal wel mee’, voelden zij aan hun water. Maar water is geen wetenschap. Ik belde Corina op om haar te vragen wat ze van alle aandacht voor haar onderzoek vond, en hoe het nu verder moet, gezien het feit dat het dus niet meevalt en vrouwelijke auteurs nog altijd een extra hobbel moeten nemen om hun literaire stem te laten gelden.

Broadly: Ha Corina, ben jij soms de Lezeres des Vaderlands?
Corina Koolen: Nee echt niet! Dat denken meer mensen inderdaad, op Twitter vroeg Ionica Smeets het ook al. Maar daar had ik de tijd helemaal niet voor.

Nee, promotieonderzoek vergt veel tijd denk ik.
Ja, ik heb er zo’n vijf jaar over gedaan. En een proefschrift schrijven is zwaar, het is hard werken en er zijn vaak momenten dat je denkt: ik stop ermee, het gaat me niet lukken. Dat het dan toch goed komt, is heel fijn.

Je proefschrift en onderzoek zijn veel besproken de afgelopen weken, en er waren ook kritische geluiden van twee Volkskrant -columnisten . Hoe was dat voor je?
Heel dubbel. Het is fijn om aandacht te krijgen voor dit onderwerp – ik wil natuurlijk dat het gelezen wordt en ik heb ook een idealistisch doel: ik wil laten zien dat vrouwelijke auteurs niet echt meedoen. Maar ik ben wel een beetje geschrokken van die columnisten, die vrij gemakzuchtig mijn werk willen afdoen. Ik heb hier jaren aan gewerkt en wetenschappelijk onderzoek gedaan – als je er iets van wil vinden vind ik dat natuurlijk goed, maar doe dat dan op inhoudelijke grond en niet op basis van wat je in andere krantenartikelen hebt gelezen. Zo ontstaan er ideeën over mijn proefschrift die helemaal niet waar zijn.

Elma Drayer schreef : “In de praktijk, kan ik uit ervaring melden, valt dat reuze mee.” Terwijl jij met onderzoek hebt laten zien dat het helemaal niet meevalt.
Misschien voelt het voor deze columnisten alsof ik iets aan hun werk afdoe. Maar ik wil alleen laten zien dat we wel kunnen denken dat het op het punt staat te veranderen, maar dat het gewoon niet waar is. Ik kan echt geen bewijs vinden voor het idee dat we de goeie kant opgaan. Dat blijkt niet alleen uit mijn verzamelde data, het blijkt ook uit onderzoek van andere mensen die tot precies dezelfde conclusies komen. En wat ik ook heb laten zien, is dat je daarvoor niet naar mannen moet gaan wijzen – het is de hele samenleving. Mannen en vrouwen worden met bepaalde ideeën opgevoed, en ook vrouwen krijgen dezelfde ideeën mee.

Je zegt daarover : “Clichés zitten eerlijke beoordeling van vrouwelijke literaire auteurs in de weg.” Over w elke clichés gaat dat?
Het zijn meer stereotypes – het idee dat bepaalde onderwerpen of een bepaalde stijl heel vrouwelijk is – waar vervolgens veel aan opgehangen wordt. Wat ik met onderzoek heb laten zien is dat je onderwerpen door een computer kunt laten identificeren, bijvoorbeeld het militaire leven en het gezinsleven. De computer zei: gezinsleven zit sterker bij vrouwelijke auteurs, en militaire onderwerpen meer bij mannelijke auteurs.

Een tabel uit Corina's onderzoek die laat zien dat mannen ook dol zijn op schrijven over hun gezin

Daar ben ik verder naar gaan kijken: van de 50 romans die ik gebruikte in dit deel van het onderzoek, waren er 47 waarin gebruik werd gemaakt van het gezinsleven. Dus mannelijke auteurs maken net zo goed gebruik van het gezinsleven als onderwerp – en veel ook.

Er waren slechts een paar uitschieters van mannelijke auteurs die over het militaire leven schreven. Als je die hele grote middengroep vergeet en je heel erg gaat letten op die paar auteurs die een zogenaamd mannelijk of vrouwelijk onderwerp meer gebruiken, dan is het gevaar dat je denkt dat álle vrouwelijke auteurs meer over het gezinsleven schrijven, en dat alle mannelijke auteurs meer over militaire leven schrijven. En dat is dus niet waar. Daar waarschuw ik voor: dat we, omdat we het geslacht van de auteur kennen, stiekem stereotypes over vrouwen en mannen in ons achterhoofd houden en we die gebruiken om de literaire kwaliteit van een tekst te interpreteren.

Dus dat we een onderwerp als ‘het gezinsleven’ minder literair vinden?
Dat is een lastige vraag. Wat ik wel weet is dat Bernard Dewulf in 2011 de Libris Literatuur Prijs won met een roman over het dagelijks leven met zijn kinderen. Hij werd geprezen om zijn ‘lef’ of ‘durf’, en omdat het zo bijzonder was.

Een paar jaar daarvoor had de voorzitter van de Libris-prijs nog gezegd dat “boeken van vrouwelijke auteurs allemaal gaan over persoonlijke wissewasjes”. Nou weet ik niet wat persoonlijke wissewasjes zijn, maar ik kan me zo voorstellen dat zorgen voor je kinderen daaronder valt.

Wat ik hiermee wil zeggen is dat het wel degelijk uitmaakt wat het gender van de auteur is – als een man over zijn gezin schrijft is het “bijzonderder” – de kans dat zoiets als een literaire kwaliteit wordt gezien, is groter als een man erover schrijft.

Wie is jouw lievelingsschrijver?
Ik lees heel veel en ik lees voor allerlei momenten andere dingen. De afgelopen jaren las ik vooral de romans uit ons onderzoek. Renate Dorrestein was een van mijn grote favorieten – zij werd ook niet heel literair gevonden trouwens. Margriet de Moor vind ik heel goed, en van de buitenlandse auteurs: Ali Smith en Jeanette Winterson. En nu vraag je je zeker af of ik ook mannelijke auteurs ga noemen?

Nou…
Daarvan vind ik het lastiger, omdat ik de laatste paar jaar heel bewust meer vrouwelijke auteurs heb gelezen. Ik kwam erachter dat ik voorheen veel meer mannelijke auteurs las, dus zo wilde ik de balans een beetje terugbrengen. Maar de boeken van Bernlef, ook onderdeel van ons onderzoek, vind ik nog steeds prachtig.

Jij bent meer vrouwen gaan lezen – is er nog iets waardoor we onze genderbril af kunnen zetten? Moeten we boeken gaan verkopen zonder de naam van de auteur erop?
Haha ja, de kaft eraf halen, dat zou een mooie manier zijn om het te toetsen. Het is moeilijk op te lossen, want dit probleem speelt op allerlei vlakken, niet alleen in de literaire wereld. Wat je kan doen als je als lezer neutraler zou willen lezen, is proberen op te letten hoe je iets interpreteert en na te gaan of je informatie over het gender van de auteur stiekem ergens gebruikt. Of je zou een roman van een man of vrouw kunnen pakken, en dan doen alsof de auteur van het tegenovergestelde geslacht is.

Oh ja, net zoals sommige ouders Jip en Janneke omdraaien als ze hun kind voorlezen.
Ja, zo een ouder ben ik ook, haha. Niet altijd, maar soms denk ik: mag Jip nou alweer eerst? En dan draai ik het om.

De bewustwording van dit soort stereotype genderrollen is aan de ene kant goed, omdat verandering begint bij het probleem zien en erkennen. Aan de andere kant is het lastig, want dan gaat het zo opvallen. Ik kan bijna niet meer naar een film kijken zonder de vrouwen erin te tellen.
Vermoeiend he? Het is hard werken en je kunt het bijna nooit loslaten. Maar als ik geen zin heb om te tellen, dan kies ik er heel bewust voor om iets te kijken waarvan ik weet dat ik me er niet over ga opwinden. Eigenlijk zou iedereen continu bewuste keuzes moeten maken – maar niet iedereen wil dat, dus het zal een gevecht van kleine groep blijven. Maar dat wil niet zeggen dat je het niet moet doen, want het komt dus niet vanzelf goed.

Heb je eigenlijk veel reacties gekregen van vrouwelijke auteurs uit Nederland?
Er waren er een paar die berichtjes stuurden. Eén auteur zei dat ze heel blij was dat ik dit onderzoek heb gedaan, omdat zij wel het idee had dat het zo was, maar tegelijkertijd het gevoel had dat ze er niet meer over mocht praten. Daarnaast heb ik vooral uit de wetenschappelijke wereld veel berichten gekregen, met mogelijke kansen voor nieuw onderzoek, dus of ik wil samenwerken. Dat vind ik het leukste, want ik wil dingen uitpluizen en kijken hoe alles werkt. Die mensen benaderen me op inhoudelijke grond – daar word ik wel vrolijk van.