We spraken transgenderpolitica Sophie Schers over Pride, genderneutrale wc’s en de NS

"Je ziet dat transgenders en feministen nog steeds niet echt serieus genomen worden. We moeten de media blijven opzoeken en mogen ons niet meer het zwijgen op laten leggen."

|
aug. 4 2017, 8:00am

Deze week werd er weer eens een flinke genderknuppel in het boze-mediahok gegooid. Mensen waren laaiend over de beslissing van de NS om reizigers voortaan aan te spreken met 'beste reizigers' in plaats van met 'dames en heren', en ook waren er mensen woedend omdat er vanaf nu genderneutrale wc's zijn in het Stedelijk Museum.

Sophie Schers is de 34-jarige politica van GroenLinks die inmiddels ook het boegbeeld van de transgenderbeweging in Nederland is. Ze strijdt al sinds jaar en dag voor vrijheid van transgender personen en de lhbt+-beweging. In de aanloop van Pride in Amsterdam besloten we haar op te bellen, in de hoop dat ze wat orde kan scheppen in de hectische genderchaos.

Broadly: Dag Sophie, happy Pride! Wat ga je doen vandaag?
Sophie Schers: Vorig jaar was ik er voor het eerst en zat ik op de transboot van TransUnited, dat vond ik heel erg leuk. Nu sta ik op de boot van GroenLinks, maar ik ben niet van plan zwaar te gaan feesten erna.

Je gaat dus niet vieren dat de naam dit jaar veranderd is van Gay Pride naar Pride? En wat vind je daar eigenlijk van?
Ik vind dat een heel erg goeie verandering. DE Amsterdamse Canal Pride is ontstaan in de jaren negentig, vanuit de horeca: toen was er nog geen aandacht voor transgender personen. Maar ik weet dat veel transmensen ook gewoon hun 'pride' willen delen met elkaar en de samenleving. Deze term zorgt ervoor dat dat mogelijk is.

Ik weet dat veel transgender personen ook gewoon hun 'pride' willen delen met elkaar en de samenleving.

Deze maand gebeurde er een hoop in de lhbt+-wereld. Gigi Hadid en Zayn Malik wisselden elkaars kleren uit, waardoor Vogue ze genderfluid noemde, en mensen werden daar erg boos over. Terecht?
Absoluut. Mensen die echt genderfluïde, genderqueer of a-gender zijn, worden in hun dagelijkse leven niet op die manier geprezen. Het steekt dan natuurlijk dat een cisgender en heteroseksueel goede sier maakt met genderfluïditeit.

Correct taalgebruik is dus erg belangrijk in deze kwestie?
Jazeker, ik ben zelf veel bezig met taal. In het Nederlands is dat nog steeds een grote uitdaging. Je ziet wel dat in beleidstaal 'lhbt' gangbaar is geworden. Maar ook in die context wordt die term gewoon vaak enkel gebruikt voor homomannen of cisgenders. Er is een nuance die niet vervat wordt in taal, en sommige subgroepen worden genegeerd op die manier.

Heb je het gevoel dat bepaalde subgroepen in het algemeen te veel onderbelicht worden?
Ja, absoluut. Biseksuelen voorbeeld. Ze zijn in het algemeen veel onzichtbaarder, terwijl ze wel met veel problemen worstelen. Ze worden namelijk nog wel eens als heteroseksueel gezien, terwijl ze wel gevoelens kunnen hebben voor mensen van hetzelfde geslacht. Dat maakt hun positie lastig.

Misschien weten mensen gewoon niet goed wat lhbt nu precies inhoudt? Een homokoppel uit Den Haag werd bijvoorbeeld lastiggevallen, en de afbeelding die gebruikt werd in een artikel daarover was een foto van twee mannen in een glitterbroek met een blote kont.
Ik krijg eigenlijk geen hoogte van fotoredacties, want negentig procent van de tijd gaat het helemaal mis. Het beeld boven een verhaal strookt vaak helemaal niet met het verhaal dat verteld wordt. De fotoredactie googlet gewoon 'homo', of ze plaatsen een dragqueen bij een artikel over transgenderthemathiek. Ze geven er gewoon niet om. Die roekeloosheid is een strategie die onze emancipatie totaal niet ten goede komt.

Dat de NS nu kiest voor 'beste reizigers' zet andere mensen aan om na te denken, en het is een erg warm gevoel voor de mensen voor wie het bedoeld is.

Iets anders wat mensen boos maakte deze week: de NS zegt nu 'reizigers' in plaats van 'dames en heren'. Wat vind jij daarvan?
Ik vind dat uiteraard een goede ontwikkeling. Het is een zeer subtiel, maar een mooi statement. De kritiek is dat ze gewoon in een goed daglicht willen staan, maar het is mooi dat erover nagedacht is. Het creëert een boeiend debat. Het zet andere mensen aan om na te denken en het is een erg warm gevoel voor de mensen voor wie het bedoeld is.

Ik las in een interview van anderhalf jaar geleden dat je vond dat transgender personen moeten voldoen aan een schoonheidsideaal. Is dat nog zo?
Er is iets veranderd, maar het blijft nog steeds actueel. Als je transgender bent, voel je je 'veiliger' als je toch als cisgender gezien wordt. Je krijgt geen rare blikken of negatieve opmerkingen. Je hoeft niet stil te staan bij het feit dat je anders bent, en dat is eigenlijk een soort privilege. Er zijn namelijk transpersonen die fysieke kenmerken hebben waardoor je ze herkent als transgender, maar het is zonde dat er andere trans personen zijn die hen schuwen. Het is wel tekenend voor de huidige acceptatie dat sommige mensen zich onveilig voelen en zich schamen voor het feit dat ze transgender zijn. Het is aan een cisgender persoon nog moeilijk uit te leggen dat ook haar of zijn identiteit niet bepaald wordt door wat er tussen de benen hangt. Het is hoe je je voelt.

Als je verandering wilt, moet je de mensen die onderdrukt worden een stem geven. Anders houd je privileges in stand.

Dat is mooi. Ook las ik dat je meer feministen wilde in de politiek. Maar vandaag de dag wordt dat woord geregeld gebruikt als een scheldwoord. Waarom denk je dat dat zo is?
Het huidige maatschappelijke klimaat is erg rechts, wat betekent dat er nog steeds een deel van de samenleving is die daar niet mee overweg kan. Als je jezelf als feminist profileert, stel je jezelf kwetsbaarder op. Je wordt weggezet als iemand die klaagt of zeurt. Vooral vrouwen worden snel als 'klagers' gezien. Ook zijn tradities vaak heilig voor mensen, en als feminist krijg je dan de wind van voren, omdat je dingen wil aanpakken en veranderen.

In die politieke wereld is een transgenderkandidaat wel een soort curiositeit. Ben je nooit bang dat je 'de transgenderpolitica' wordt?
Ik vecht ervoor dat wanneer je verandering wilt, je ook de mensen die onderdrukt worden een stem geeft. Anders houd je privileges in stand. Ik ben me er inderdaad bewust van dat ik dé transgenderkandidaat ben, maar dat vind ik goed. Er moet altijd iemand de eerste zijn.

Anderzijds krijg ik geregeld vragen van de pers over hoe mijn transitie was en wanneer ik van geslacht wisselde – maar dat soort vragen beantwoord ik niet meer. Ik moet wel m'n grenzen aangeven.

Heb je het gevoel dat de politiek al wat inclusiever geworden is? Ja, beetje bij beetje. Maar er is nog altijd dat gevaar van verrechtsing van de politiek. Bijvoorbeeld in de transgenderkwestie: kijk maar naar de Verenigde Staten en die uitspraak van Trump om transgender personen te weren uit het leger. Als een president dat tegen het volk zegt, dan kan dat bepaalde extreme ideeën bevestigen. Dat is ongelooflijk gevaarlijk. Het kan zelfs tot zelfmoordgedachten leiden bij transgenders.

Heb je niet het gevoel dat dergelijke ideeën het strijdvuur juist aanwakkeren?
Dat is zeker zo, denk bijvoorbeeld aan de women's march, ook in Nederland. Maar je ziet dat transgenders en feministen nog steeds niet echt serieus genomen worden. We moeten de media blijven opzoeken en mogen ons niet meer het zwijgen op laten leggen. We mogen niet meer accepteren dat we gereduceerd worden tot mensen die geopereerd worden aan hun geslachtsdelen. We mogen ons niet meer in een hokje laten stoppen.

Tot slot een kwestie waarover wij op de redactie vaak struikelen: het woord lhbtqia+. Met of zonder Q en I en A, wel een plusje, geen plusje – lastig!
Haha, ja, er kunnen bijna geen letters meer bij. Ik weet niet of er snel een ander woord voor zal komen, maar ik hoop het wel. Het wordt ook vaak belachelijk gemaakt. Alhoewel dat door bekrompen tegenstanders komt en niet door de inhoud, zet het je wel aan het denken. De vraag is of we ons doel hier nog wel mee bereiken. Er mag dus een inclusiever en gemakkelijker woord voor in de plaats komen.