Foto door Lin Woldendorp

Mijn borstverwijderende operatie stond al gepland, maar ik zag er toch van af

Ik durfde mijn twijfels over de operatie niet meteen te delen in de transgendergemeenschap; ik voelde me laf en verdrietig en ik was bang om vrienden te verliezen.

door Anne Chris; zoals verteld aan Milou Deelen; foto's door Lin Woldendorp
|
09 januari 2019, 2:17pm

Foto door Lin Woldendorp

Van jongs af aan stopte ik al sokken in mijn onderbroek en fantaseerde ik dat ik een piemel had en mezelf kon aftrekken. Toen ik wat ouder werd, raakte ik verslaafd aan Tumblr-foto’s van jongens – ik beeldde me dan in dat ik het was. Vanaf mijn dertiende ervaarde ik complete stress over mijn borsten, en toen ik vijftien was vertelde ik mijn ouders dat ik me geen meisje voelde en knipte ik mijn haren af. Ik ging nog meer jongenskleding dragen dan ik al deed en kocht een binder om mijn borsten plat te drukken.

Met mijn geslachtsdeel had ik vrede, alhoewel ik wel liever een pik had gehad. Wel ontwikkelde ik een extreme hekel jegens mijn tieten, en ik dacht dat ik lesbisch was. Ik begreep niet waarom jongens interesse in mij hadden – ik voelde me juist one of the dudes.

Mijn moeder heeft altijd geweten dat ik meer jongen ben. Op mijn twaalfde zei ze: “An, je kan ook met vrouwen trouwen hè?” Mijn vader had er meer moeite mee. Hij wilde een tijdje niet knuffelen omdat ‘jongens dat niet zouden doen’. Nadat ik mijn ouders had verteld dat ik me geen meisje voelde, regelde mijn moeder gesprekken bij de genderpoli. Maar ik begon mijn lange haar te missen en werd verliefd op een jongen. Ik dacht: hey, ik ben toch wel een meisje! Mijn gesprekken bij de genderpoli stopte en ik liet mijn haar weer groeien.

1547038619386-_MG_1752

De jaren daarna tekende ik regelmatig een snor op mijn gezicht. Een mannelijke verkering zei dat hij dat goor vond; mannen vonden juist het vrouwelijke, zoals mijn borsten, mooi aan mij, maar ik voelde me akelig bij alles wat ‘vrouw’ aan me was. Tijdens de seks voelde het alsof er iets niet klopte. Als ik kreunde, voelde ik me naar omdat het zo vrouwelijk klonk. En als ik mijn binder afdeed, moest ik huilen. Het is bijna een lichamelijke reactie.

Op mijn negentiende werd ik verliefd op een meisje. Toen we seks hadden met een voorbinddildo, besefte ik dat dit was hoe ik het altijd had gewild. Ik huilde – alle transgendergevoelens die ik had weggestopt, knalden eruit.

Uit schaamte voor mijn lichaam durfde ik niet meer naar buiten. Ook wilde ik niet meer dat mijn borsten aangeraakt zouden worden. Een keer stond ik voor de spiegel met mijn vriendin, toen zij haar handen voor mijn borsten hield. Toen ik mezelf zo zag realiseerde ik me dat ik mijn borsten weg wilde hebben.

Vorig jaar op 1 januari scheerde ik mijn hoofd opnieuw kaal – het voelde als een bevrijding. Daarna begon mijn ‘sociale transitie’: in de whatsappgroep van mij en mijn huisgenoten stuurde ik dat ik me geen meisje voelde en ik vroeg of ze me niet meer wilden aanspreken met ‘zij’. Ik vond het best ongemakkelijk om te vragen, omdat ik met vrienden van mannelijke huisgenoten seks had gehad. Gelukkig reageerden ze allemaal heel chill. En sinds een paar maanden word ik geen Anne, maar Anne Chris genoemd.

Ook ben ik vorig jaar aan een schrijversopleiding begonnen. In mijn teksten speelt mijn lichaam geen rol, alleen mijn woorden. Daarvoor speelde ik toneel, maar die theaterdroom kwam steeds verder van me af te staan. Vorig jaar speelde ik Martha in het stuk Who’s Afraid of Virginia Woolf, waarvoor ik een jurk moest dragen. Ik was doodongelukkig. Daarna mocht ik mannenrollen gaan spelen, maar ook dat vond ik confronterend: ik wist dat ik niet aan het fysieke van een man kon tippen. In Nederland is het echt ruk wat betreft non-binaire rollen.

In januari zou ik aan mijn borsten worden geopereerd in het Slotervaartziekenhuis, maar toen het ziekenhuis failliet ging, werd mijn operatie gecancelled. Aanvankelijk stortte mijn wereld in, maar kort daarna ervaarde ik hoeveel stress ik rondom de operatie had gevoeld. Hoe uitgeput ik was. Ik vroeg me af wie ik eigenlijk ben, met of zonder borsten. Ik realiseerde me dat ik dat eerst beter moest uitzoeken. Als ik de operatie ooit alsnog onderga, wil ik er zeker van zijn en er met plezier ingaan.

Voor mijn ouders is het vooral lastig om te zien dat ik zo met mezelf worstel, maar ze steunen me zoveel mogelijk. Een paar weken geleden vertelde ik mijn vader dat ik door mijn transitie bang was om een mannelijke ex tegen te komen. Mijn vader zei: “Maar je bent nu een jongen. Als hij iets naars zegt, spuug je gewoon in zijn gezicht en zeg je ‘fuck you!’.” Ook vroeg hij laatst of hij me zijn ‘zoon’ zou noemen, en hij noemde me Chris. Mijn moeder doet ook haar best, bijvoorbeeld door ‘hey jongen’ te zeggen. Toch moet mijn moeder soms ook huilen bij foto’s van vroeger – ik ben toch haar dochter.

Soms, als ik naar foto’s kijk van mezelf met lang haar, krijg ik weer heimwee. Het leven was ook makkelijker als vrouw – als transgender persoon ben ik onderdeel van een kwetsbare groep. Dat is pijnlijk om te beseffen. Laatst bijvoorbeeld, toen zat ik in een trein met twee dronken mannen. Ik was bang dat ze iets aan mij zouden zien.

Ik durfde mijn twijfels over de operatie niet gelijk te delen in de transgendergemeenschap; ik voelde me laf en verdrietig, omdat er niks is veranderd. En ik was bang om vrienden teleur te stellen en te verliezen. We hebben een band omdat we een strijd met elkaar delen. Zou ik zonder operatie nog wel hun vriend mogen zijn? En noemen ze me dan nog wel hij? Iedereen in de transgendergemeenschap leek minder te twijfelen dan ik.

Mijn angsten en twijfels las of zag ik nergens terug. Om die reden besloot ik mijn verhaal te delen op Facebook. Ik hoopte dat andere mensen zich zouden herkennen in mijn verhaal en zich daardoor minder eenzaam zouden voelen. En dat gebeurde ook: ik ontving meerdere facebookberichten van mensen die ook angst hadden voor een borstverwijderende operatie. En gelukkig reageerden mijn transgendervrienden heel begripvol – ze waren juist trots dat ik mijn onzekerheid over wie of wat ik ben durf uit te spreken.

Het is oké om het niet te weten – weet dat.